18. Van analoge naar digitale merk- en bedrijfswaarde

Al eerder schreven we over het macro-internetecosysteem en dat je als bedrijf, organisatie of merk een eigen micro-ecosysteem binnen het internetecosysteem op dient te gaan zetten. Feitelijk is het internetecosysteem een ‘business ecosysteem’ zoals ooit al eens in de jaren ’90 door James F. Moore is gedefinieerd. Het vergelijken van een zakelijk netwerk met een biologisch ecosysteem stamt uit de jaren ’90 van de vorige eeuw. Moore ontdekte dat succesvolle bedrijven, merken of organisaties overlevingsstrategieën hanteren die ook in natuurlijke ecosystemen voorkomen. De basis definitie staat in Moore’s boek ‘The Death of Competition: Leadership and Strategy in the Age of Business Ecosystems’.

In de meest brede zin wordt een internetecosysteem veelal omschreven als het totale systeem van interactie tussen industrie, merk, product, data en mensen. Het omvat alle belanghebbenden: partners, leveranciers, concurrenten, klanten, analisten, commentatoren, journalisten, bloggers, prospects en individuele fans of klanten. De technische infrastructuur en de functies die het netwerk vervult, maken ook deel uit van het internetecosysteem. Door het internetecosysteem als een ‘business ecosysteem’ te zien, zie je feitelijk nieuwe waardemodellen in de relaties van alle belanghebbenden binnen het internetecosysteem ontstaan.

Tot nu toe was de grootste waarde die je als ondernemer in huis hebt waarschijnlijk jouw merk. Merkwaarde (ook wel ‘brand value’ of ‘brand equity’ genoemd) is volgens Wikipedia de financiële waarde die in het merk opgeslagen zit. Doorgaans wordt aangenomen dat de merkwaarde overeenkomt met de contant gemaakte toekomstige kasstromen, die aan het merk toe te wijzen zijn. Jouw merk staat (nog) niet op jouw balans maar vertegenwoordigt wel een verborgen waarde. Ook wel de zogenaamde ‘goodwill’. Volgens Wikipedia betekent de Engelse term ‘goodwill’ letterlijk welwillendheid en wordt die in de financiële wereld gebruikt om dat gedeelte van de marktwaarde van een onderneming aan te duiden dat niet direct toewijsbaar is aan de activa en passiva. ‘Goodwill’ ontstaat in de meest gevallen slechts bij een overname en wordt binnen de financiële wereld beschouwd als de meerwaarde van een onderneming boven het netto vermogen. In deze zienswijze vertegenwoordigt ‘goodwill’ toekomstige inkomsten van bedrijven, organisaties of merken, die nog niet gewaardeerd zijn op de balans, maar die al wel bestaan in de vorm van kennis, klanten, merken, personeel en dergelijke.

Kijkende naar de aspecten ‘kennis’ en ‘klanten’ binnen ‘goodwill’ dan ontwikkelt zich een nieuwe grote aanvullende waarde op basis van data. Met de komst van de nieuwste social media trends en technieken, waarbij voor bedrijven, organisaties en merken nu de mogelijkheid ontstaat om alle data die worden gegenereerd middels connecties in online gesprekken of conversaties op te slaan, wordt het overduidelijk dat de visie op bedrijfswaardering zal gaan veranderen. In de basis zal een ‘discounted cash flow’ berekening aanwezig blijven. ‘Echter ‘valuators’, ‘EDP-Auditors’ en ‘transactiemanagers’ zullen zich steeds meer dienen te gaan verdiepen in de opbouw en werkwijze van bijvoorbeeld sociale netwerken’, stelt Pim van Berkel, business consultant, in een post op Doeland’s Digitale Wereld.

De klant vindt merken onmisbaar!

Hoe hoger de onmisbaarheidscore, hoe hoger de waarde? HEMA is door consumenten voor het zevende jaar op rij verkozen tot het meest onmisbare merk van Nederland in 2014. Sterke stijger in de lijst is Bol.com dat op nummer 2 eindigt. Uit het onderzoek van EURIB (European Institute for Brand management) komt verder naar voren dat consumenten de voorkeur hebben voor merken die gewoon doen wat ze beloven, merken als Kruidvat, iDeal en Action halen zeer hoge onmisbaarheidscores volgens EURIB.

Maar liefst driekwart van de consumenten kan niet zonder het merk HEMA in 2013. De onmisbaarheid van de zenders en programma’s van de publieke omroep ten opzichte van vorig jaar sterk zijn gestegen, terwijl alle commerciële zenders juist dalen. De Top 3 van Onmisbare Merken in 2012 wordt gevormd door op de eerste plaats HEMA, op de tweede plaats Albert Heijn en op de derde plaats Kruidvat. Albert Heijn heeft Bol.com uit de Top 3 gestoten. HEMA staat voor de vijfde achtereenvolgende keer op de eerste plaats. Wel is de absolute onmisbaarheidscore van HEMA in 2012 lager dan in 2008. Albert Heijn is de laatste jaren langzaam opgeklommen naar de tweede plaats. Online retailer Bol.com kent daarentegen een kleine terugval: van positie 3 naar 4 en de absolute onmisbaarheidsscore is gedaald van 67 procent naar 65 procent. Vind je dan nog steeds dat het merk Bol.com een interessante waarde of score (oftewel ‘brand value’) vertegenwoordigt?

Merkwaarde

In andere internationale onderzoeken wordt merkwaarde uitgedrukt in dollars, zoals in het onderzoek ‘Brandz Top 100 Most Valuable Global Brands in 2014’ gepubliceerd door MillwardBrown. In 2014 bestaat de Top 3 uit Google, Apple en IBM. Het duurste merk in de wereld is volgens dit onderzoek in 2013 Apple, gevolgd door Google en IBM. Amazon stijgt met 30 miljard in waarde terwijl het merk in 2013 nog op 34 miljard dollar wordt gewaardeerd.

Brand Value 2014

Overhead reclame

Het is opmerkzaam dat Bol.com een internetmerk is: een concept dat zich exclusief op internet afspeelt en toch ieder jaar weer een hoop geld in ‘ouderwetse’ overhead reclame verdiend. Niet weinig, maar veel! Naar schatting wordt 17,5 procent van de omzet van postorderbedrijven in reclame gestoken. Als Bol.com 350 miljoen euro per jaar omzet, dan heeft men naar schatting een reclamebudget van 60 miljoen. Opmerkelijk wordt het overgrote deel hiervan in reclame op televisie gestoken. Dit alles met het doel om de spontane naamsbekendheid van Bol.com te vergroten en veel verkeer naar hun website te realiseren.

Herhaling is de kracht!

Zeker rond de feestdagen, maar eigenlijk iedere dag, is er wel een commercial van Bol.com op de televisie en ook nog op verschillende zenders. Ook andere grote merken als Coca-Cola, Albert Heijn en de al eerder genoemde Hema zijn dagelijks op de buis te zien. Waarom worden er zoveel spots geplaatst zul je je afvragen? Omdat de herinneringstijd kort is. De fan of klant kijkt per dag naar meerdere zenders, dus er moet een kans zijn dat je een commercial van Bol.com tegenkomt. Het belangrijkste doel van deze hoge frequentie is het aloude adagium: ‘herhaling is de kracht van de reclame’. Bol.com wil namelijk ‘on Top of Mind’ komen met haar merk.

3 lessen van EURIB

Op grond van data van de afgelopen vijf jaar heeft EURIB een aantal belangrijke lessen geleerd. Zij stellen in hun rapport dat merken door fans of klanten als onmisbaar worden ervaren indien:

  1. Het merk door een brede doelgroep als ‘cultuuricoon’ wordt ervaren. Concreet stelt EURIB dat fans of klanten het merk onlosmakelijk met de Nederlandse cultuur verbonden voelen en dat ze ‘protesteren’ bij het verdwijnen van zo’n merk, zoals bij Postbank dat begin 2009 in ING over is gegaan.
  2. Er veel door het merk wordt geadverteerd en dat het reclameconcept tot de verbeelding spreekt. Albert Heijn en Bol.com zijn daar goede voorbeelden van, volgens EURIB. Ondanks de niet meer weg te denken rol van social media, is reclame nog steeds het belangrijkste instrument om merken ‘te bouwen’ die fans of klanten als onmisbaar zullen ervaren.
  3. Fans en klanten kunnen middels interactie met elkaar communiceren. De interactiemodule ‘Ontwerp je droomkeuken’ van IKEA is daar volgens EURIB een goed voorbeeld van.

De drie inzichten dienen dan ook vertaald te worden naar de online wereld en geïmplementeerd te worden in het eigen ecosysteem binnen het gehele internetecosysteem. Met name het derde punt: ‘interactie’ is uitstekend via het web te realiseren, met name via social media.

Gemiddelde fan of klant kent 10 merken per categorie!

Stel je de rubriek ‘kopen per postorder’ voor als een ladder van merken van aanbieders. De gemiddelde fan of klant (geldt ook voor de zakelijke markt) kan spontaan 10 merken per categorie opnoemen. Denk daarbij aan sterke merken als Wehkamp, Zalando en Amazon. Als Amazon een trede hoger staat in de ‘mindset’ van fans of klanten dan Bol.com, dan is de kans dat de fan of klant bij Amazon gaat shoppen natuurlijk ook hoger. En andersom. Daarom wil je altijd op de bovenste trede van de ladder staan: dat wordt ‘on Top of Mind’ genoemd.

‘Top of Mind’

Om de ‘Top of Mind’-positie in jouw marktsegment te bereiken, zijn in Nederland televisie en met name radio zeer geschikte media om in te zetten. Juist ook internet is voor merken relevant om deze ‘Top of Mind’-positie te bereiken. De belangrijkste vraag in dit verband luidt: geef de fan of klant een argument om jouw merk boven aan zijn ladder te zetten. Wat is dat argument? In onze ervaring is dat praktisch nooit een voordeel wat samenhangt met het product of dienst, maar met de voordelen van het gebruik of voor jouw lifestyle. De vraag is niet wat je product of dienst is, maar wat je product of dienst doet voor de fan of klant. En vooral, wat betekent je product voor de fan of klant? Als je die laatste vraag kunt beantwoorden, dan kun je dit antwoord ook aan jouw merk hangen door dat in jouw logo te zetten. Een goed recent voorbeeld hiervan is DAS Rechtsbijstand. DAS is een rechtsbijstand verzekering en zorgt ervoor dat problemen juridisch worden opgelost. Hetgeen betekent dat DAS roept ‘Het antwoord op alles waar u niet om hebt gevraagd’. Problemen uit jouw leven worden verbannen. Kortom het merk DAS wordt geladen met een voor de klant belangrijke waarde:  ‘ontzorgen’. Komt je dat ook niet bekend voor?

Het ‘brand equity’ model van Aaker

David A. Aaker benoemt in zijn boek ‘Building Strong Brands’ het ‘brand equity model’ bestaande uit vijf componenten van meerwaarde die een merk kent:

  • loyaliteit aan het merk (‘brand loyalty’);
  • bekendheid van het merk (‘brand awareness’);
  • kwaliteit van het merk (‘perceived quality’);
  • associaties met het merk (‘brand associations’);
  • overige verbonden eigendomsrechten met het merk (‘other proprietary assets’).

Aaker definiëert ‘brand equity’ als: ‘The set of brand assets and liabilities linked to the brand – it’s name and symbols – that add value to, or subtract value from, a product or service. These assets include brand loyalty, name awareness, perceived quality and associations’.

In zijn definitie ligt de nadruk op ‘brand added value’ en in zijn model maakt Aaker geen onderscheid tussen meerwaarde van het merk voor de klant versus meerwaarde van het merk voor de eigenaar of onderneming. Aan de hand van dit model kan de meerwaarde van een merk in kaart worden gebracht en kan inzicht worden verkregen in de samenhang tussen de verschillende componenten van ‘brand equity’ en de (toekomstige) prestatie van een merk. In het model worden door de vijf componenten de gevolgen weergegeven van het gevoerde beleid voor de waarde van het merk. Dus dat de meerwaarde van een merk stijgt naarmate de loyaliteit aan het merk toeneemt, de bekendheid van het merk toeneemt, de waargenomen kwaliteit van het merk toeneemt, de associaties sterker (en positiever) met het merk zijn en het aantal gerelateerde eigendomsrechten van het merk toeneemt.

Zijn model geeft tevens inzicht in de criteria, die aangeven in hoeverre daadwerkelijk waarde is gecreëerd als gevolg van het gevoerde beleid, bij zowel de fan of klant, als bij het bedrijf, organisatie of merk. Het model van Aaker is volgens ons ook los te laten op de digitale wereld. Een aantal nieuwe waarden, die verder in dit hoofdstuk aan bod komen, zijn  feitelijk zo in te voeren in het model van Aaker.

Denk je al in (digitale) merk- en mediawaarde?

Hoeveel is jouw eigen merk eigenlijk waard? Hoeveel fans of klanten zouden jouw merk liever niet willen missen? Weet je wat jouw merk echt betekent voor jouw fans of klanten? Heb je al lading aan jouw merk gehangen? Welke communicatiemiddelen zet je in om op de eerste positie in de ‘mindset’ van jouw fans en klanten te komen en dit te behouden? Hoe zet je social media in? Heb je daar echt budget voor vrijgemaakt? Kortom wat doe je om jouw merkwaarde te vergroten? Wat ons betreft is analoge plus digitale merkwaarde, totale merkwaarde! We doen een poging analoge waarden te vertalen naar digitale waarden.

Online reputatie

‘Reputatie is de weerslag van een reeks van eigenschappen, die spontaan met een persoon, een organisme of een voorwerp geassocieerd worden. Gaat het hoofdzakelijk om negatieve eigenschappen dan is er sprake van een slechte of kwade reputatie. Gaat het daarentegen om overwegend positieve eigenschappen dan is de reputatie goed. Een reputatie is dus een kwestie van perceptie en kan verschillen naargelang de opvattingen van de waarnemer of de kringen waartoe die behoort’, zo lezen we op Wikipedia. Een mooie analoge benadering, maar nu naar de digitale benadering. Een reputatie van een bedrijf, organisatie of merk zegt iets over de mate van binding van de omgeving met het bedrijf, organisatie of het merk. Succesvolle bedrijven, organisaties of merken zijn in de positie om met hun eigen communicatiemiddelen, producten en gedragingen de belangrijkste invloed te hebben op de reputaties die zij bij betrokkenen hebben.

Een online reputatie wordt ook opgebouwd door wat er op internet te lezen valt over jou, jouw bedrijf, organisatie of merk. Niet alleen de informatie die je zelf op internet plaatst, op bijvoorbeeld je website of in sociale kanalen, maar ook informatie die fans of klanten op internet zetten, bouwt deze vorm van reputatie op. Of je nu muzikant, voetballer, dj, sportmerk, slager, webdesigner, fabrikant of gewoon een individu bent, de online reputatie is voor iedereen van groot belang. Ook al ben je niet bewust bezig met je online reputatie, fans of klanten hoeven maar iets over jou of jouw product of dienst op internet te plaatsten en je online reputatie is een feit. Zonder dat je het weet, maar wel voor iedereen zichtbaar.

Een goede online reputatie draagt bij aan het online succes, en kan bijdragen aan een offline en online groei van fans en klanten. Wees je bewust welke informatie op het internet staat over jou en jouw bedrijf, organisatie of merk. Een goede online reputatie betekent immers dat jouw digitale merkwaarde toeneemt.

De perceptie van online reputatie

Bij Rankingz, een platform dat de online reputatie van bedrijven, organisaties of merken weergeeft, gaat men er vanuit dat iedereen een online reputatie heeft. Deze bestaat uit een aantal aspecten, zoals de prestaties van een website en de positie in de zoekmachines. Maar ook hoe er over iemand wordt geschreven op blogs en fora, hoe er over iemand ‘gepraat’ wordt op social media en of er content van diegene wordt verstuurd of gedeeld. Feitelijk is iedereen een merk, niet alleen bedrijven of organisaties, zo stelt men bij Rankingz. Alle merken worden in diverse lijsten bijgehouden. De positie van een merk in een lijst op Rankingz is niet zozeer alleen om het absolute cijfer te bepalen, maar ook om de online reputatie van een merk te meten ten opzichte van zijn concurrenten. Daartoe wordt per merk een aantal ‘performance indicatoren’ gemeten zoals:

  • Invloed van een merk, uitgedrukt in onder andere de Klout-score.
  • Ontwikkeling van de ‘fanbase’ van een merk.
  • Ontwikkeling van de ‘buzz’ rondom een merk, dan wel de ‘share of voice’ van een merk binnen de groep van ‘peers’.

Klout is ooit opgezet om iemands invloed en gedrag op Twitter te meten en is langzaamaan een begrip geworden. In ieder geval voor de social media-gebruikers onder ons. Op basis van allerlei meetmethoden wordt er een score berekend over jouw gedrag op social media. Het belangrijke hierbij is dat er niet puur gekeken wordt naar je aantal volgers, maar ook naar je interactie, het soort volgers en hoeveel mensen iets doen met je ‘tweet’. Tegenwoordig tellen ook andere social media-activiteiten als Facebook, YouTube en FourSquare mee. De gemeten absolute getallen worden slechts gebruikt om de relatieve positie te bepalen ten opzichte van ‘peers’, een groep van gelijkgestemden. Weegfactoren bepalen de bijdrage van de zogenaamde ‘performance indicatoren’ (prestatiefactoren) aan de uiteindelijke positie van een merk in de lijst.

De reputatiematrix, die op de detailpagina van een merk staat, beoogt verder inzicht te geven in aspecten als:

  • Aanwezigheid c.q. bereik c.q. bekendheid – Hoe ‘groot’ is het merk online, gemeten naar de fanbase op verschillende kanalen?
  • Activiteit – Hoe actief is een merk c.q. hoeveel activiteit is er rondom een merk?
  • Engagement – Hoeveel actieve fans zijn te ontdekken en hoe vaak wordt het merk genoemd in de berichten?

De berekening van de positie op Rankingz op de lijst komt tot stand op basis van de volgende input:

  • De Klout-score.
  • Het aantal Twitter-volgers.
  • Het aantal Facebook-fans.
  • De hoeveelheid gegenereerde ‘buzz’ op Twitter  (de hoeveelheid tweets, die overeenkomen met de aan onze kant geconfigureerde ‘search queries’ per brand).
  • De hoeveelheid gegenereerde ‘buzz’ op Facebook (idem als Twitter buzz).

Deze input draagt allemaal gewogen bij aan een ‘Rankingz Index’-score. Bij een maximale Klout-score krijg je maximaal 200 punten, het account met de meeste Facebook ‘buzz’ krijgt 200 punten, etcetera. Deze punten worden bij elkaar opgeteld en leveren een totaal score. Alle merken worden geordend op de totaal score, en dan simpelweg gerangschikt van positie 1 tot bijvoorbeeld 100 (eigenlijk oneindig, sommige lijsten stoppen dan ook niet bij plaats 100). De scores uit de ‘Rankingz Index’ zouden ook passen in het model van Aaker.

Een andere nieuwe waarde: invloed

Of je wilt of niet, Klout, Kred, PeerIndex, PeerReach en tal van andere diensten meten het sociaal kapitaal (ookwel ‘Social Currency’ genoemd) van een merk. Niet de directe invloed, maar de potentiële invloed daartoe. Sociaal kapitaal is een veel voorkomende term die kan worden uitgelegd als: het geheel van feitelijke en potentiële middelen die voortvloeien uit de offline en online aanwezigheid in sociale netwerken en ‘communities’. De term is afgeleid van Pierre Bourdieu’s theorie en gaat over het vergroten van iemands gevoel van gemeenschap, het verlenen van toegang tot informatie en kennis, het helpen om iemands identiteit te vormen en het verstrekken van status en erkenning. De theorie van Bourdieu kun je loslaten op de data, of ‘Big Data’, die je kunt verzamelen uit jouw micro-ecosysteem en het macro-ecosysteem.

Rondom de eerder genoemde waarde van invloed heerst nog altijd wel een bepaalde scepsis. Toch dienen we zo langzamerhand te accepteren dat je als merk of individu geïndexeerd wordt door diensten als Klout, PeerIndex, Kred en PeerReach, en dat deze scores worden meegenomen in lijsten zoals die van Rankingz. De zogenaamde ‘invloed-scores’ worden belangrijker met de tijd. Zodra zij de drempel van nauwkeurigheid bereiken, kun je de klok er op gelijk zetten dat een nieuwe golf van diensten zullen beginnen met het belonen van – en een betere dienstverlening verlenen aan – degene die worden geïdentificeerd als beïnvloeders. Met een goede Klout-score kan je tegenwoordig al toegang krijgen tot lounges op vliegvelden, kortingen krijgen in restaurants en er zijn zelfs gevallen bekend van mensen die salarisopslag gekregen dankzij een goede Klout-score.

Brian Solis, analist van de Altimeter Group, is van mening dat je in plaats van het versturen van een vlaag aan ‘tweets’ met de hoop dat de ‘invloed score’ bij zulke voornoemde diensten toeneemt, je moet nadenken over de korte- en langetermijndoelen van de inzet van internet en social media. Hij denkt dat diensten zoals Klout je moeten inspireren om kritisch na te denken over hoe je Twitter, Facebook, LinkedIn en andere social media moet gebruiken. Op die manier kun je jouw echte invloed in de offline wereld vergroten en laat de ‘invloed scores’ dat dan maar aangeven. ‘Invloed scores’ zijn daarmee wat ons betreft een mooie nieuwe waarde. Deze waarden zou je ook goed kunnen meenemen in het model van Aaker, zoals eerder beschreven.

Naast indices ook financiële waarde

Bedrijven investeren anno 2013 veel geld in het ‘kopen’ van fans op Facebook. Facebook-adverteren, ‘like & share’-acties, het realiseren en produceren van spannende, uitdagende en leuke content; alle mogelijkheden worden benut om het aantal ‘likes’ te verhogen. Uit een nieuw onderzoek van Syncapse, een bureau dat zich bezig houdt met digitale strategie, blijkt dat dit bedrijven geen windeieren legt. Een gemiddelde Facebook-fan is namelijk volgens Syncapse 134 euro waard. Syncapse bestudeerde meer dan 2.000 Facebook-gebruikers, die onlangs fan werden van een merk. Factoren als productbestedingen, loyaliteit, positieve mond-tot-mondreclame, mediawaarde en affiniteit met het merk werden meegenomen in het onderzoek.

Het resultaat volgens Syncapse: Facebook-fans geven 89 euro per jaar meer uit aan een merk, dan niet-Facebook-fans. Het gaat dan om 43 procent meer uitgaven, terwijl de Facebook-fans geen hoger inkomen hebben. Ook zijn Facebook-fans 18 procent meer tevreden over hun merken die zij ‘liken’, dan niet-fans.

De waarde van een fan kan echter flink verschillen. Zo zal de waarde van een fan van NU.nl veel lager zijn dan van een merk als BMW of McDonalds. De meest succesvolle merken zijn BMW (1.238 euro per fan) en Walmart (640 euro per fan). Hoewel een gemiddeld bedrag van 134 euro per fan indrukwekkend is, moet er wel een kanttekening bij gemaakt worden. Syncapse heeft twintig grote bedrijven onderzocht, zoals Levi’s, Adidas, Nike, Coca Cola, Xbox en H&M. Het is daarom de vraag of de resultaten van het onderzoek door te trekken zijn voor het midden- en kleinbedrijf. Toch zijn wij van mening dat er een kern van waarheid inzit. Klanten die betrokken zijn via social media geven immers bijna vier keer zo veel uit, zo blijkt ook uit onderzoek van Jibe Company. Dit bedrijf specialiseert zich in het vergaren van data voor bedrijven en merken en rekent FoxSports Eredivisie Live, ID&T en 538 tot zijn klantenportfolio.

Nieuwe advertentiewaarde

‘Owned media’ is media die je zelf beheert, bijvoorbeeld de eigen website of Facebook-pagina. Er komt geen derde aan te pas die je vertelt wat wel of niet mag. Je bent zelf in charge!De Facebook-pagina van een dj, festival, voetballer of een voetbalclub  is een uitstekend voorbeeld van owned media. Een Facebook-pagina kent dus ook een mediawaarde. Een van de grootste posten op het marketingbudget is nog steeds de inkoop van (betaalde) paid media om een merk via creatieve campagnes wereldkundig te maken.

De traditionele manier om advertentiewaarden te berekenen voor radio en televisie is op basis van GRP’s, zogenaamde ‘Gross Rating Points’. 1 GRP is 1 procent kijkdichtheid of luisterdichtheid binnen een bepaalde doelgroep. Deze term wordt gebruikt als je spreekt over kijk- of luisterdichtheden van commercials, ongeacht de lengte van de commercial en de omvang van de doelgroep. Hoeveel kijkers of luisteraars 1 GRP vertegenwoordigt, hangt af van de omvang van de doelgroep in de populatie. Het totaal aantal GRP’s dat een reclamecampagne behaalt, is gelijk aan het bruto bereik. GRP’s worden berekend door het netto bereik te vermenigvuldigen met de ‘Gemiddelde Contact Frequentie’. De ‘Gemiddelde Contact Frequentie’ van een televisiecampagne is het aantal keer dat een bereikte kijker de spot gemiddeld heeft gezien. De Gemiddelde Contact Frequentie is dus ook omgekeerd te berekenen door de ingezette GRP’s (ofwel bruto bereik) te delen door het netto campagnebereik (in procenten). Het netto bereik is het percentage kijkers dat minimaal één keer (voor een bepaalde tijd) naar een zender, programma of campagne heeft gekeken.

In de digitale wereld kent men ook andere advertentiewaarden. ‘Pay Per Click’ (PPC) is een advertentiemodel dat wordt ingezet op zoekmachines, advertentienetwerken en inhoudelijke websites en blogs, en waar adverteerders alleen betalen als een bezoeker op een advertentie klikt en daadwerkelijk een bezoek brengt aan de website of landingspagina van de adverteerder. Dit kan met minimum prijzen per klik, ook wel CPC (Cost Per Click) genoemd. Ook bestaat er een vergoedingsmodel op basis van CPM (Cost Per Mille): namelijk per duizend vertoningen van een specifieke advertentie. Maar ook een afspraak op basis van CPA (Cost Per Action) is mogelijk. In dat geval wordt de eigenaar van de website waar de advertentie op staat betaald per informatie-aanvraag of verkoop, die voortkomt uit de actie. De CPA (Cost Per Action) stuurt aan op een zo hoog mogelijke conversie, terwijl de CPC voornamelijk bijdraagt aan een toename in verkeer.

Voor managers binnen bedrijven zijn waarden in geld voor het bereiken van een doelgroep gemakkelijker te begrijpen, dan interactietarieven gebaseerd op bijvoorbeeld ‘kliks’ of ‘acties’. De vraag naar de waarde van een doelgroep op een Facebook-pagina is niet eenduidig te beantwoorden. De waarde van de doelgroep en de directe verbinding met fans van een Facebook-pagina is (nog) moeilijk af te wegen. Enkele bekende benaderingen uit de traditionele marketing kunnen op zich ook worden toegepast op social media. Een van hen is de advertentiewaarde. Je kunt schatten hoeveel mensen werden bereikt via berichten van een Facebook-pagina. Om zoveel mogelijk gebruikers te bereiken met traditionele reclame, bijvoorbeeld een advertentie via een banner: hoeveel geld zou je dan moeten uitgeven? Dit getal wordt verkregen door het aantal mensen dat je wilt bereiken met een gemiddelde CPM-waarde te vermenigvuldigen. Met deze benadering is het mogelijk om een advertentiewaarde van berichten voor een bepaalde Facebook-pagina te berekenen en te vergelijken.

Omdat Facebook op basis van jouw gegevens en gebruikspatronen doelgerichte advertenties kan verkopen, is er een soort van directe waarde aan een Facebook-pagina te koppelen. DDMCA heeft onlangs de advertentiewaarden van 20 top voetballers uit de wereld op een rijtje gezet, zichtbaar in de navolgende tabel.

Van analoge naar digitale mediawaarde

Van advertentiewaarde naar mediawaarde. De mediawaarde van een persbericht, eigenlijk dus Public Relations ofwel kort PR, wordt uitgedrukt in: ‘de waarde van het artikel als het een advertentie zou zijn geweest’.

Wat levert online PR op in euro’s? Het Nederlandse bureau Clipit vertaalt de mediawaarde van elk bericht op online media en sociale media in euro’s. Deze ‘Return on Investment’ noemt Clipit de PR-waarde of mediawaarde van een bericht. Net als bij printmedia kun je de mediawaarde of PR-waarde van een online bericht over een bedrijf, organisatie of merk berekenen. Daarvoor worden feitelijke cijfers gebruikt als advertentiekosten en vertoningen. Maar er wordt ook gekeken naar de context rond een bedrijf, organisatie of merk, dus naar de mate van ‘branding’ en het sentiment van het bericht. Hoe positiever het bericht of hoe groter de zichtbaarheid, hoe groter de mediawaarde! Op basis van al deze gegevens is volgens Clipit de mediawaarde te berekenen. Clipit hanteert daarvoor de volgende formule:

  • CPM x vertoningen x 3,4 opslag = advertentiewaarde x impact x lengte bericht of aantal volgers = mediawaarde

Nieuwe media versus traditionele media

Ook ID&T hanteert een digitale mediawaarde voor haar digitale (sociale) kanalen, waarbij zij de waarde van berichten, tweets, updates, retweets en interacties berekenen waarin sponsoren of partners worden meegenomen. Het is voor ID&T belangrijk om de mediawaarde van haar eigen digitale kanalen te kunnen vergelijken met traditionele mediawaarde. Traditionele media hebben als meetwaarden GRP’s of oplages. Nieuwe media hadden tot nu toe kliks, impressies en dergelijke. In advertising zie je een (langzame) verschuiving in media-uitgaven van televisie naar internet, maar toch ligt de uitdaging nog steeds in de waardering (in euro’s) van de diverse digitale kanalen, stelt ID&T. Zeker als je alle mogelijke acties van fans of klanten wilt meten. Met digitale kanalen bedoelt ID&T al haar kanalen: websites, email, alle sociale kanalen zoals Facebook, Twitter, Instagram, YouTube etc., maar ook SoundCloud en bijvoorbeeld haar eigen digitale radiozenders.

In een businessmodel waarbij sponsoring een belangrijk onderdeel is, zoals dat van ID&T, is het belangrijk om te laten zien dat een merk, in dit geval een evenement of festival, een eigen mediaplatform is met een groot bereik en grote ‘impact’ en effectief kan worden ingezet. Voor de verschillende partners van ID&T geldt zeker dat ze meer van de inzet van deze kanalen profiteren dan van de traditionele media, zoals radio, televisie of print.

Meten wat de fan of klant echt met je merk doet

Het voordeel van digitaal is dat een waarde relatief eenvoudig aan specifiek gedrag van fans of klanten gekoppeld kan worden. Dat gaat volgens ID&T een flinke stap verder dan de huidige rapportages over bezoek en aankoopgedrag. Die hebben uiteindelijk als doel service, inspiratie, of verkoop vanuit bijvoorbeeld een ‘customer centric selling’ model. Het doel van het ‘Media Value Report’ van ID&T is het laten zien wat een fan of klant actief met je merk doet. Dat staat lijnrecht tegenover passieve mediaconsumptie, zoals televisiereclames. ID&T meet het effect van een digitale campagne op een relevantere manier, met als doel een betere samenwerking met de sponsor of partner van het evenement te bewerkstelligen waarbij de focus ligt op digitale media. Je waardeert en valideert de gezamenlijke campagnes, met als doel de campagne beter te optimaliseren en daarmee af te stemmen op de doelgroep.

Het model van ID&T

Social media kun je zien als een verzameling ‘engagement types’: een mate van interactie en conversatie. Al die interacties en conversaties vinden plaats door verschillende acties van deelnemers op verschillende (sociale) kanalen, zoals een ‘klik’, een ‘like’, een ‘comment’ en een ‘post’. Je kunt ze optellen wanneer je de interacties en conversaties allemaal in kaart brengt, normaliseert over verschillende (sociale) kanalen en ze juist een afzonderlijke waarde geeft. Zo ontstaat de totale waarde van een campagne, met direct een inzicht in de waardeverhouding van de kanalen onderling.

De belangrijkste uitdaging bij het ‘Media Value Report’ van ID&T is een betrouwbare mediawaarde per actie te bepalen. Nieuwe gegevens als ‘Click Per Comment’ (CPA), ‘Click Per Fan Content’ (CPcp) of ‘Click Per Retweet’ (CPrt) ontstaan en moet je opnieuw ijken. Dat heeft ID&T gedaan op basis van de advertentiekosten van andere platformen en social media, daarnaast is gekeken naar IAB goedgekeurde standaardtarieven en andere bestaande onderzoeken van diverse bureaus.

Voor het ‘Media Value Report’ van ID&T, een voorbeeld wordt later bijgevoegd als bijlage, is maandenlang onderzoek gedaan in samenwerking met diverse media- en PR-experts. Aan het onderzoek werkte Stef de Jong van LikeFriends, Philip Boven van Isobar en Emile van den Berg van Social Inc. mee en ook Jibe Company, verantwoordelijk voor de bouw van het ‘realtime dashboard’ en het al aanwezige CRM-platform, werkte mee.

Nieuwe standaard

Het model van ID&T werkt zo dat de waarde per actie afzonderlijk in te stellen is. Om de discussie te voorkomen houden we die discussie open, stelt ID&T. ‘Als een partner om wat voor reden dan ook andere waarden wil toekennen dan kan dat. Bovendien kun je gezamenlijk besluiten dat een specifieke actie voor een campagne meer waarde heeft. Zo kun je beter focussen en de ‘Return on Investment’ meten.’

Op het moment van schrijven is ID&T in gesprek met diverse mediabureaus, mensen van het IAB (het Interactive Advertising Bureau is de brancheorganisatie voor de online advertising- en interactieve marketingindustrie) en enkele grote internationale merken om overeenstemming te krijgen over de geldigheid van haar report met bijbehorende waarden. Het is goed mogelijk dat het ‘Media Value Report’ van ID&T een nieuwe IAB-standaard wordt.

Dit is waar digitaal het verschil maakt. Als je kunt zien wat een bezoeker daadwerkelijk met je merk doet door in plaats van de waarde van het zenden van je boodschap juist de feedbackratio van de ontvanger te meten, laat dat geen ruimte meer voor discussie over de allocatie van budgetten. Zeker niet als je de actie koppelt aan een gebenchmarkte financiële waarde’, aldus Marc Vekemans, Director E-commerce van ID&T.

Zwarte piet en de waarde van Pietitie

De Facebook-pagina ‘Pietitie’ is de snelst groeiende Facebook-pagina van Nederland ooit, heeft inmiddels meer dan 2 miljoen  ‘likes’ en is rond de 900.000 euro waard. Dit heeft reputatie-analyseplatform Rankingz berekend in opdracht van ThePostOnline. De waarde (‘mediawaarde’) van 900.000 euro is gebaseerd op de vijf meest gelikete, gedeelde en becommentarieerde posts op de Facebookpagina, zo schrijft Bert Brussen van ThePostOnline.

Wanneer alleen de vijf slechtste (minst gelikete, gedeelde en becommentarieerde) posts als uitgangspunt worden genomen komt Rankingz alsnog uit op een waarde van zo’n 100.000 euro. Voor de berekening van deze waarde gebruikt Rankingz een formule met daarin de gemiddelde waarden die inmiddels vaststaan voor online marketing (en onder andere worden gebruikt door het IAB) als uitgangspunt. De formule gaat als volgt: het aantal mensen dat wordt bereikt, vermenigvuldigd met de gemiddelde waarden, levert de mediawaarde van de berichten (Aantal x Gemiddelde = Mediawaarde).

De waarde van de gehele Facebookpagina ligt sowieso hoger. Rankingz heeft voor de Pietitie-Facebookpagina alleen de waarde van de vijf beste en de vijf minste posts berekend. De waarde van de totale online community en de waarde van de pagina als een servicekanaal zijn niet meegenomen in de berekening. Ook de profielen van de bijna twee miljoen ‘Facebook-vrienden’ zijn geld waard. Ervan uitgaande dat men in staat is voldoende data uit deze profielen te halen, en deze ook weer te vermarkten, komt de geschatte waarde op een kleine 25 miljoen euro uit. Deze waarde is gebaseerd op het model van DDMCA en P.I.M.

Bedrijfswaardering in de digitale wereld

Al eerder refereerden we naar een sessie met Igor Milder, Managing Director bij Talpa Connect. Hij schetste een mooi inzicht dat DDMCA en P.I.M. ook inmiddels via diverse whitepapers over de waardering met cijfers van dj’s, festivals en evenementen, voetballers, voetbalclubs en The Voice hebben gepubliceerd. Navolgend schema geeft het inzicht van zijn constatering.

Traditionele mediabedrijven, zoals Telegraaf Media Groep, SBS Broadcasting, RTL en dergelijke leveren bij de verkoop ongeveer 6 tot 7 keer de waarde voor EBITDA op. Netwerkbedrijven, zoals Facebook en YouTube leveren bij verkoop zo’n 20 keer de waarde voor EBITDA op en ‘trusted’ bedrijven als Spotify, Netflix en dergelijke leveren zo’n 50 keer de waarde voor EBITDA. Ergens betekent dit dus dat er een nieuw waardemodel ontstaan is.

De overname van ID&T en de waarde van data

Er wordt veel over waarde van data geschreven en gespeculeerd. Uiteindelijk bepaalt een koper de prijs. Het lijkt dat data mogelijk een waarde hebben gekregen, namelijk door de overname van ID&T, de Nederlandse organisator van dance-evenementen en festivals, door het Amerikaanse SFX Entertainment. ID&T is bekend van evenementen als Sensation, Mysteryland en Tomorrowland. Het bedrijf is opgericht in 1992 en inmiddels actief in meer dan 22 landen in Europa, Azië, Australië, Zuid-Amerika en Noord-Amerika. ID&T streeft naar een vooraanstaande rol in Noord-Amerika waar de dance cultuur explosief groeit, maar de ambities strekken zich in feite uit tot de hele wereld. Uit het persbericht van Perssupport.nl van 21 maart 2013 wordt duidelijk dat SFX driekwart van de aandelen in ID&T koopt voor een bedrag van ongeveer 100 miljoen dollar. ID&T is dus door deze transactie gewaardeerd op ruim 130 miljoen dollar. Omgerekend is dit ongeveer zo’n 100 miljoen euro.

De toekomstige geldstromen van ID&T zijn niet bekend, zo blijkt uit de paper ‘Heeft data een prijs gekregen?’ van DDMCA en P.I.M. Er worden voorzichtig aannamen gedaan op basis van het verleden. ID&T laat een gemiddelde ‘bankiers cash flow’ in de jaren ervoor zien van 3,2 miljoen euro. Echter, door de overname ontstaan zogenaamde synergie effecten waardoor de geldstromen vermoedelijk stijgen. DDMCA en P.I.M. gebruiken een aanname van 5 miljoen euro per jaar met na het 5de jaar een oneindige geldstroom van 20 miljoen euro tegen dezelfde kostenvoet. Deze kostenvoet, de WACC (= Weighted Average Cost of Capital), bestaat uit een rendementseis van aandeelhouders en de kostprijs van degene die leningen verstrekken. Bij de aanname dat aandeelhouders een rendement eisen van 20 procent op hun geïnvesteerd vermogen, ontstaat een huidige waarde van ID&T van 21 miljoen. Onder de voornoemde aannamen ontstaat dan een aanzienlijke ‘goodwill’ van ruim 79 miljoen in de gedane deal door ID&T.

De belangrijke vraag uit deze case van ID&T is: ‘Kun je nu vaststellen welk deel van deze waarde door ‘Big Data’ is bepaald?’ De waarde van data uit social media en de winstpotentie is blijkbaar niet zichtbaar in de financiële jaarstukken van ID&T. Dat is enigszins logisch, immers traditionele waarderingstechnieken houden over het algemeen onvoldoende rekening met onderliggende data. Toch ligt hier wel een enorme potentie om de toekomstige geldstromen te verhogen.

Een blik op de ontwikkeling van data van enkele merken van het ID&T-portfolio laat een aantal belangrijke aspecten zien. Een eerste opvallende is Tomorrowland. Dit is een festival in België dat jaarlijks plaatsvindt. In een land kleiner dan Nederland is een enorme groei ontstaan in het aantal Facebook-connecties en Twitter-volgers. Een wereldwijde toename van 61,2 procent in een tijdsbestek van slechts zes maanden. Andere merken van ID&T zijn ook geanalyseerd door DDMCA, maar laten een veel minder grote groei zien. DDMCA en P.I.M hebben de connecties in een door hun ontwikkeld waardemodel gezet en stellen vast dat ID&T met de aanwezige aantallen in maart 2013 additionele geldstromen zou kunnen realiseren van 10 tot 20 miljoen euro. ID&T verkocht eind september 2013 het resterende kwart van haar aandelen aan SFX.

DDMCA en P.I.M. concluderen dat met een gezonde inspanning op het gebied van social media unieke volgers gekweekt kunnen worden op Facebook, Twitter, YouTube en Pinterest, waardoor nieuwe verdienmodellen kunnen worden ontwikkeld. ‘Nu SFX Entertainment een belang heeft, kan dit geschieden met een veel groter bereik en gemak dan ID&T momenteel kan realiseren. In de waardering van ID&T door SFX Entertainment zijn op basis van toekomstige data ontwikkelingen, hele scherpe aanduidingen te vinden dat de data van de merken (lees: festivals en evenementen) wereldwijd waarde gaan toevoegen aan de organisatie. Mits er een zorgvuldige social media- en internetstrategie wordt geborgd in de organisatie’, stellen DDMCA en P.I.M. Wat DDMCA en P.I.M. betreft hebben data niet alleen een potentiële waarde, maar hebben met de transactie van ID&T ook een hele mooie prijs gekregen. Het vermoeden dat data het nieuwe goud is geworden, wordt bevestigd.

Data zijn het nieuwe goud

Door enkele innoverende bedrijven wordt de potentie van bijvoorbeeld Facebook in plaats van ‘direct marketing’ stevig getest. En niet geheel zonder succes, zo blijkt. Dit valt op te maken uit een onderzoek bij een reisorganisatie, uitgevoerd door DDMA en NIMA. De Facebook-actie leverde niet alleen meer dan 10.000 nieuwe fans op, maar ook 1.900 nieuwsbriefinschrijvingen. Meer dan 8.700 mensen speelden het spel op Facebook en van de prijzen werd 72,3 procent verzilverd. De Facebook-actie leverde bijna 700 boekingen op. Dat betekent dat de actie, kijkende naar het ‘Return on Investment’ (oftewel ROI) aspect, succesvoller was dan de offline direct marketing actie een jaar eerder. Een interessante ontwikkeling. Het waarderingsmodel dat DDMCA en P.I.M. gebruiken om tot een waarde te komen van de data, vertoont gelijkenis met voornoemd onderzoek.

Data zijn dus het nieuwe goud. Het is de nieuwe geld generator voor jouw bedrijf, jouw organisatie of jouw merk. Fans en klanten uit heden en verleden zijn de grootste troef. Je dient voortdurend in contact te blijven, connectie te behouden en te maken. De data die ontstaan uit je relatie zijn van onschatbare waarde. Als je niet in staat bent om data vast te leggen en gebruik te maken van deze informatie, verlies je waarde. De uitdaging voor bedrijven, organisaties en merken vandaag de dag is het gebrek aan inzichten. Zonder de integriteit en betrouwbaarheid van vitale informatie, is een organisatie slecht voorbereid om goede beslissingen te maken. Maar dat is gezien het tempo van het huidige concurrerende zakelijke landschap en internetecosysteem eigenlijk zo langzamerhand wel een vereist. Data zijn een onuitputtelijke bron en enorme kans om te boren naar (kritische) inzichten. In feite is het nu de tijd om de krachtige mogelijkheden van deze essentiële, waardevolle bron aan te boren, te ontginnen en te verfijnen. Een andere directe vergelijking met een net zo belangrijke bron binnen de moderne economie is die met ruwe olie. De waarde van ruwe olie is zo langzamerhand wel bekend, toch? Ook het data aspect zou goed kunnen terug komen in het model van Aaker.

Conclusie

Bedrijven die hun online en social media landschap tijdig inrichten en daarmee hun eigen ecosysteem gaan beheersen binnen het gehele internetecosysteem, zullen in de nabije toekomst meer waarde gaan opleveren bij verkoop. Niet alleen omdat de traceerbaarheid en ‘Return on Investment’ van hun marketingactiviteiten hoger zal liggen dan van bedrijven die nog aan offline marketing doen, maar ook omdat deze bedrijven, al dan niet bewust, toegang krijgen tot de data van segmenten waarin ze opereren.

Sociaal kapitaal is een nieuwe waarde die inmiddels is ontstaan. Het geheel van feitelijke en potentiële middelen, die voortvloeien uit de offline en online aanwezigheid in sociale netwerken en in ‘communities’, zorgen voor waarde. Er ontstaan allerlei nieuwe indices naast bestaande indices, die aanvullende (nieuwe) inzichten geven. Zo worden ‘invloed scores’ steeds belangrijker naarmate ze de drempel van nauwkeurigheid bereiken. Ze geven de potentie van een merk aan en vormen daarmee een nieuwe digitale (wellicht wel financiële) waarde. We dienen zo langzamerhand te accepteren dat deze indices er zijn en dat merken ten opzichte van elkaar in lijsten worden geplaatst, zoals bijvoorbeeld de lijsten van het Nederlandse Rankingz.

Omdat Facebook op basis van jouw gegevens en gebruikspatronen doelgerichte advertenties kan verkopen, is er een soort van directe waarde aan een Facebook-pagina te koppelen. De waarde van jouw Facebook-pagina is uit te rekenen. Enkele bekende benaderingen uit de traditionele marketing kunnen namelijk worden toegepast op social media. Een van hen is de advertentiewaarde.

De term merkwaarde herzien

Als het aan ons ligt dient de term merkwaarde oftewel ‘brand value’ te worden herzien. Er ontstaan dus allerlei nieuwe waarden, die je bij de traditionele ‘brand value’ dient mee te nemen. Daarnaast is een merk een micro-ecosysteem binnen het marco-ecosysteem, dus zelf eigenlijk een netwerk. Data zijn hierbij wat ons betreft het belangrijkst, ook bij de waardering van bedrijven. In de definitie van ‘goodwill’ dient de waardering van data meegenomen te worden. Bij de nieuwe wijze van waarderen hoort tevens een andere aanpak. Veel meer dan voorheen zal er naar verzamelingen en mutaties van data gekeken gaan worden. ‘EDP-auditors’ krijgen meer dan voorheen de kans hun kunsten te vertonen. Validatie en verkeer van data over de interne en externe digitale snelwegen zal door bedrijven, organisaties en merken in kaart gebracht moeten worden. Belangrijk is het feit of er uit de internet- en social media-strategie een directe ‘cash flow’ of direct financieel voordeel voortvloeit.

Het moge duidelijk zijn dat bij online marketing via het internetecosysteem kasstromen beter meetbaar zullen zijn en worden dan bij offline marketing (bijvoorbeeld een direct mailing of via het uitluisteren van een connectie met een fan of klant). Bovendien kan het bereik nog eens extra toenemen doordat fans en klanten met elkaar hun sociale leven willen delen. Niet alleen de eerste gebruikers en fans of klanten worden bereikt, maar ook hun vrienden en diens netwerken. Het marktpotentieel wordt hiermee aanzienlijk vergroot. Daarnaast wordt met de aanwezigheid van de huidige softwaretechnieken online marketing veel transparanter en meer meetbaar dan voorheen dankzij geavanceerde meetinstrumenten.

We zitten midden in een ‘Digitale Revolutie’, ook wel de ‘Technologische Revolutie’. Hoewel een ‘discounted cash flow’ altijd aan de basis zal blijven van een bedrijfswaardering, is het duidelijk dat de huidige methoden en technieken van (integrale) bedrijfswaarderingen onder de loep genomen dienen te worden. Historische cijfers en resultaten uit het verleden geven steeds minder garantie voor de toekomst. Het bedrijf, de organisatie of het merk zit als het aan ons ligt op goud als het zijn internetecosysteem op orde heeft, de relatie met zijn fans en klanten koestert en de data op een goede manier borgt en ten gelde maakt. Dan wordt de transitie van analoge naar digitale merk- en bedrijfswaarde een feit.

Naar hoofdstuk 19


Liever als ebook lezen op jouw iPad, tablet of e-Reader?

Boek advertentie

7 Trackbacks

  • […] de executie in de samenwerking tussen artiesten en merken. Tevens geeft het ook een dimensie aan de digitale merkwaarde van een artiest. Het model werkt ook voor festivals en evenementen. Maar ook voor merken die zoeken in specifieke […]

  • […] goede digitale strategie is integraal onderdeel van de bedrijfsstrategie. Het is essentieel om het internetecosysteem als een ‘business ecosysteem’ te zien. De digitale strategie maakt het mogelijk om nieuwe waardemodellen en verdienmodellen uit de sociale […]

  • […] Meer over digitale merkwaarde […]

  • By Lijstje: Top 100 DJ’s op Facebook | #D2W on 28 januari 2015 at 10:34

    […] stand gebracht door Oliver Heldens, Vinai en Kura. De pagina’s die op dit moment de meeste advertentiewaarde vertegenwoordigen zijn die van Martin Garrix, DVBBS en […]

  • […] gevalideerd als fan en al zijn of haar ‘tweets’ of ‘likes’ kunnen zo worden gebruikt om de waarde van het bedrijf te duiden in de vorm van potentiële […]

  • […] of verkoop vanuit bijvoorbeeld een ‘customercentric selling’ model. Het doel van het ‘Media Value Report’ dat in vananaloognaarDigitaal.nu wordt beschreven is het laten zien wat een fan of klant actief met […]

  • […] hun prestaties op Facebook. In de tabel zie je ook de Engagement ratio, Post Interaction ratio, Ad Value, Absolute Fan groei en Likes, Shares en Comments van de topmodellen. Deze waarden dragen bij aan de […]